Hoe je een vleugje creativiteit aan een presentatie geeft

door Pauline le Rûtte  |    6 minuten leestijd

Ook als je denkt dat je niet creatief bent

Alice maclight

Innovator en inspirator Daan Roosegaarde zegt: 'Creativiteit is ons echte kapitaal'.

Roosegaarde maakt de wereld schoner, letterlijk en figuurlijk. Dat zie je terug in al zijn projecten. Bijvoorbeeld een lichtgevend fietspad in Eindhoven gebaseerd op de Sterrennacht van Van Gogh. Of de oplichtende sluisgebouwen op de Afsluitdijk.

Volgens Roosegaarde is er geen tekort aan geld of techniek, maar een tekort aan verbeelding. Wanneer we anders kijken en anders doen, kunnen we problemen oplossen die ogenschijnlijk onoplosbaar lijken.

Het altijd checken fenomeen

Het is al lang niet meer zo dat informatieoverdracht voldoende reden is voor een publiek om te luisteren. Met de mobiele telefoon binnen handbereik gaat het checken tijdens een presentatie gewoon door. En die shot dopamine wint het van mail en/of nieuws als je alleen maar informatie deelt en een paar slides met wat bulletpoints en grafiekjes laat zien.

Boeiende presentaties bevatten een vleugje creativiteit

Het is een misvatting dat creativiteit alleen weggelegd is voor specifieke mensen. De designers, kunstenaars of musici onder ons. Als spreker behoor je niet tot die categorie en daarom blijven velen in het oude vertrouwde patroon presenteren. Maar dan krijg je ook het oude vertrouwde resultaat.

Iedereen is creatief

Als kind hebben we allemaal gespeeld en door experimenteren oplossingen gevonden. Elke spreker kan een standaard bulletpresentatie veranderen in een presentatie die niet alleen informeert maar ook inspireert en vermaakt. En geen haar op het hoofd die er aan denkt om bij zo'n presentatie een telefoontje tevoorschijn te halen.

Wat is creativiteit?

Onderzoek van psycholoog Donald MacKinnon in de jaren '70 toont aan dat creativiteit niets met IQ of met talent te maken heeft. Creatieve mensen brengen zichzelf in een bepaalde stemming. En daardoor kan hun natuurlijke creativiteit beter functioneren.

Structuur en creativiteit gaan hand in hand

Ze lijken elkaars tegenpolen, maar in werkelijkheid hebben ze elkaar nodig.

Wanneer we aan een presentatie werken, zitten we in de gesloten modus. We werken aan een gestructureerde outline. We richten onze aandacht bewust op de feiten en cijfers die de boodschap onderbouwen. En we werken naar een vastgesteld eindpunt toe. Gefocust als een laserstraal.

Maar om de feiten en cijfers tot leven te brengen met bijvoorbeeld verhalen, beeldmateriaal of humor, moeten we juist in een open modus zijn. De creatieve stemming die MacKinnon bedoelt. Een ongefocuste staat waarin een brede lichtbundel alle mogelijkheden beschijnt. Een plek waar je kan spelen, doelloos kan zijn en kan overpeinzen.

Heb je eenmaal besloten welk idee je uitwerkt, dan ga je terug naar de efficiënte gestructureerde gesloten modus. 

Creativity is not a talent.
It's a way of operating.

John Cleese


Wat is die open modus precies?

Cleese geeft in zijn speech 'Creativity in management' een mooi voorbeeld.

Vlak voordat microbioloog Alexander Fleming met vakantie gaat, zet hij een aantal bacteriën op kweek om ze te laten groeien en later microscopisch te onderzoeken. Als hij terugkomt, ziet hij dat er een dekglaasje van één van de kweekschaaltjes is afgegleden en de bacterie niet is gegroeid.

Als Fleming in de gesloten modus had gezeten, dan was hij zo gefocust geweest op de groei van bacteriën, dat hij het schaaltje had weggegooid. Gelukkig was hij in de open modus en nieuwsgierig naar de reden dat de bacterie niet was gegroeid, waardoor hij Penicilline ontdekte.

Hoe kom je in die open, creatieve modus?

John Cleese noemt in zijn speech vijf voorwaarden:

1. Ruimte
Een plek waar je ongestoord kunt werken. Uit de dagelijkse sleur.

2. Tijd
Een aaneengesloten blok van ongeveer 1,5 uur. Grofweg het eerste halfuur gaat meestal op aan allerlei gedachten over de de mensen die je nog moet bellen, de vuilnis die naar buiten moet en het cadeautje dat je moet kopen. De braindump voordat het echte brainstormen begint. Zo hou je een uur over voor de echte brainstorm.

3. Tijd (nog een keer)
De eerste ideeën uit de brainstorm zijn niet per definitie meteen bruikbaar. Geef jezelf voldoende tijd voordat je kiest. Hoe meer je dagdroomt in de dagen erna, hoe beter de ideeën worden. Je brein werkt ongemerkt door en bouwt voort op bestaande ideeën. Deze tweede tijd heet incubatietijd.

4. Vertrouwen
Wees oordeelloos. Streep geen enkel idee door. Fouten maken mag. En hoe absurder de ideeën hoe beter. Vraag je bij alles af 'wat als'.

5. Humor
Door humor in te zetten en te lachen, kom je sneller in de open modus. Een essentieel ingrediënt voor spontaniteit. Deze voorwaarde geldt vooral als je met anderen brainstormt over een vraagstuk.

Zorg dat je altijd een notitieboekje bij je hebt, want een goed idee komt vaak op een onverwacht moment; onder de douche, tijdens het wandelen, koken, rennen of fietsen. En voor je het weet, ben je het weer vergeten.

Creativiteit kun je niet afdwingen

Het kan een onvoldaan gevoel geven als je na de brainstorm nauwelijks ideeën hebt. Of geen. Maar dat wil niet zeggen dat ze er niet zijn. Daarom is het zo belangrijk om na de brainstorm incubatietijd in te lassen. Het zaadje is gepland. En het duurt soms even voordat een idee zich aandient. Het kan zomaar zijn dat je dagen later in een bushokje de juiste foto voor je presentatie ziet hangen. 

Hoe brainstorm je als je in je eentje bent?

Brainstormen gebeurt vaak in een groep met als voordeel dat je op elkaars ideeën voort kunt bouwen. Maar dat wil niet zeggen dat je in je eentje geen mooie ideeën kunt bedenken. Wanneer ik alleen brainstorm, gebruik ik meestal wat hulpmiddelen.

In mijn trainingen komen cursisten door een vraag of een opmerking van mij 'ineens' op een idee. Ze herinneren zich dat iemand iets heeft gezegd, dat ze een artikel hebben gelezen of een film hebben gezien. Jezelf bevragen, brengt je op een ideeën.

Ze komen ook tot stand door het koppelen van twee bestaande dingen die op het eerste oog niets met elkaar te maken hebben. Geforceerd je onderwerp of vraag aan bijvoorbeeld een dier koppelen, kan verrassende uitkomsten geven.

In zijn speech stelt Cleese het publiek steeds dezelfde vraag: 'Hoeveel [....] heb je nodig om een gloeilamp in een fitting te draaien'. Maar telkens met andere type personen; acteurs, chirurgen, Nederlanders.

Meestal zit je zo diep in een onderwerp, dat het lastig is om jezelf vanuit een heel ander perspectief vragen te stellen. Het is dan handig om een hulpmiddel te gebruiken. Ik kocht jaren geleden 'Ik ben me d'r eentje, brainstormen in je uppie' van Alijd Bunge. Helaas is het niet meer te koop, maar in de blogsnack op de laatste vrijdag van deze maand vertel ik hoe haar methode werkt. En hoe je het principe zelf toepast met alternatieve middelen.

Iedereen is creatief

Sprekers zijn continu in competitie met de speen voor volwassenen, zoals Mark Tigchelaar de mobiele telefoon in zijn boek 'Focus' noemt.

Je kunt natuurlijk denken: 'Ach, eigen verantwoordelijkheid dat het publiek er iets van opsteekt.' Of je kunt het publiek een handje helpen om er zeker van te zijn dat jouw boodschap overkomt.

Met een mindset dat ook jij creatief bent, maak je presentaties waarin jouw kennis tot leven komt. Waarvan het publiek geniet. En die meer dopamine bevatten dan welke mobiele telefoon ook.

 

Fotomateriaal
John Cleese on Creativity World Forum door Flanders DC [Flickr]


Pauline le Rûtte
Over de auteur
Pauline le Rûtte

Een goede spreker draagt niet alleen informatie over, maar brengt zijn kennis tot leven.


Reactie

  • Kitty Kilian
    Kitty Kilian

    Of een hele dag :-/
    Mooie video van Cleese!

     Reageer

Ontvang de nieuwsbrief